HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Inhoudsopgave:

Naam…………………………………………………………………………………………………………………………. 1

Verenigingskleuren en clubkostuum……………………………………………………………………………… 1

Leden………………………………………………………………………………………………………………………… 1

Plichten van de leden…………………………………………………………………………………………………… 2

Rechten van de leden…………………………………………………………………………………………………… 2

Beëindiging lidmaatschap…………………………………………………………………………………………….. 3

Sancties……………………………………………………………………………………………………………………… 3

Bestuur………………………………………………………………………………………………………………………. 4

Commissies………………………………………………………………………………………………………………… 8

Geldmiddelen……………………………………………………………………………………………………………. 10

Eigendommen…………………………………………………………………………………………………………… 10

Vaststelling en betaling contributie en donatie………………………………………………………………. 10

Aanvoerders……………………………………………………………………………………………………………… 10

Algemene Vergadering………………………………………………………………………………………………. 11

Statuten en Huishoudelijk Reglement………………………………………………………………………….. 12

Slotbepaling……………………………………………………………………………………………………………… 13

Bijlage 1 Gedragsregels binnen de vereniging……………………………………………………………….14

Bijlage 2 Etische Gedrag Code…………………………………………………………………………………….15

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Naam.

Artikel 1.

De vereniging draagt de naam O.Z.C. (Overkanters Zuiden Combinatie), is opgericht op 18 september 1920 en gevestigd te Rotterdam.

Verenigingskleuren en clubkostuum.

Artikel 2.

2.1     De kleuren van de vereniging zijn wit, geel en blauw.
Het clubkostuum bestaat uit een wit shirt waarin verwerkt gele en blauwe accenten, een zwarte broek of rok.

2.2     De vereniging stelt per team, bij aanvang van elk seizoen, de shirts in bruikleen ter beschikking. De spelers van het team zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de teamshirts. Bij de jeugd t/m. de B-jeugd worden tevens broekjes en rokjes ter beschikking gesteld.

Leden.

Artikel 3.

De vereniging kent:

3.a.    Gewone leden, dat zijn leden die op 1 juli van het verenigingsjaar de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt, aan oefeningen en wedstrijden deelnemen of hebben deelgenomen of de vereniging in een niet gesalarieerde functie helpen in stand te houden of als zodanig door het bestuur zijn toegelaten;

3.b.    Jeugdleden, dat zijn leden die op 1 juli van het verenigingsjaar de leeftijd van 15 jaar nog niet hebben bereikt en aan oefeningen en wedstrijden deelnemen;

3.c.    Donateurs, dat zijn natuurlijke personen of rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen of lichamen, die zich verbinden een jaarlijkse door de algemene vergadering te bepalen minimumbijdrage te betalen of een gift ineens, waarvan het minimum door het bestuur wordt bepaald.

3.d.   Ere – leden, zijn leden die op voorstel van het bestuur of ten minste 5 leden, als zodanig verkozen worden voor buitengewone verdienste ten opzichte van de vereniging.

3.e.    “Leden van Verdienste”, zijn leden die op voorstel van het bestuur of ten minste 5 leden, als zodanig verkozen worden voor bijzondere verdienste ten opzichte van de vereniging.Toelating van de leden en donateurs.

3.f     Kombi-fit leden zijn zij die niet aan de reguliere korfbalcompetitie deelnemen, maar die wel gezellig met andere mensen willen sporten of bewegen. Het uitgangspunt is dat naast korfbal een divers sport- en beweegaanbod aangeboden wordt welke is afgestemt op de behoefte van de deelnemers

Artikel 4.

4.1     AANMELDEN VOOR HET LIDMAATSCHAP.
Aanmelden voor het lidmaatschap geschieden schriftelijk bij het bestuur. Aanmeldingen van minderjarigen dienen (mede-) ondertekend te zijn door de wettige vertegenwoordiger(s).

4.2     AANMELDEN VOOR DONATEUR.
Zij, die donateur van de verenging wensen te worden, wenden zich met een daartoe strekkend verzoek tot het bestuur.

4.3     PUBLICATIE EN BEZWAAR.
De namen van kandidaten voor het lidmaatschap worden aan de leden bekend gemaakt in het officieel orgaan van de vereniging of op andere wijze, door het bestuur te bepalen. Eventuele bezwaren tegen aanmelding kunnen binnen 14 dagen schriftelijk bij de secretaris ingediend worden.

Plichten van de leden.

Artikel 5.

De leden hebben, naast het gestelde in artikel 14 van de statuten, de volgende plichten:

5.a.    bij het spelen van wedstrijden gekleed te gaan in het verenigingstenue, overéénkomstig artikel 2 van dit reglement, waarbij de shirts per team door de vereniging in bruikleen worden gegeven.

5.b.    het in bruikleen gegeven  shirt op een zo danige wijze onderhouden dat schade wordt voorkomen. Als er echter schade aan het in bruikleen gegeven shirt ontstaat, anders dan normale slijtage, betaald het team dat het shirt in bruikleen heeft gekregen, de kosten van een nieuw shirt;

5.c.    bij indeling in een competitie team, zo enigszins mogelijk aan de wedstrijden van dit team en van hogere teams, waarvoor hij als invaller wordt aangewezen, deel te nemen en alleen wegens dwingende redenen af te schrijven;

5.d.   in geval van verhindering om aan een wedstrijd – waarvoor hij is aangewezen – deel te nemen, hiervan op de snelste wijze kennis te geven aan de wedstrijdsecretaris en wel onmiddellijk na het ontvangen van de aanschrijving of na het ontstaan van de verhindering;

5.e.    het materiaal met overleg te gebruiken en door hem toegebrachte schade, niet voortvloeiende uit het normale gebruiksrisico, eventueel te vergoeden;

5.f.    de algemene vergadering bij te wonen;

5.g.    bij adresverandering dit onmiddellijk schriftelijk aan de secretaris der vereniging door te geven;

5.h.    zich te gedragen naar de door de oefenmeester gegeven aanwijzingen;

5.i.     op de accommodatie van de verenging zich te houden aan de algemene ordebepalingen, welke door het bestuur zijn vastgelegd.

Rechten van de leden.

Artikel 6.

6.1     RECHTEN.

          De leden hebben naast het gestelde in artikel 12 en 13 van de statuten, de volgende rechten:

6.1.a. te worden ingedeeld in een competitieploeg, mits hij aan de van bondswege gestelde eisen voldoet en de aan de indeling verbonden plichten aanvaardt; de indeling zal geschieden naar speelsterkte of op zijn verzoek op lager niveau, tenzij dit in strijd zou komen met het verenigingsbelang;

6.1.b. gekozen te worden in alle functie die de vereniging kent, met inachtneming van de verdere bepalingen van dit reglement en de statuten;

6.2.    JEUGD – LEDEN , KOMBI-FITLEDEN EN DONATEURS.

          Jeugd – leden, Kombi-fitleden en donateurs hebben behoudens artikel 13 van de statuten het recht de Algemene Vergadering bij te wonen.

Beëindiging lidmaatschap.

Artikel 7.

Het lidmaatschap is bindend voor het lopende verenigingsjaar dat op 30 juni eindigt en wordt telkens voor een jaar verlengd, tenzij uiterlijk één (1) maand voor het einde van een verenigingsjaar schriftelijk bij de secretaris het lidmaatschap is opgezegd. Het bestuur kan afwijken van de genoemde termijn, indien naar haar oordeel daartoe redenen zijn.

Sancties.

Artikel 8.

8.1.    UITSLUITING VAN OEFENINGEN.

          Ieder lid, dat aan de oefeningen deelneemt, is gehouden zich te gedragen naar de door de oefenmeester gegeven aanwijzingen. Het opzettelijk daaraan niet voldoen zal worden beschouwd als wangedrag en kan tot uitsluiting van verdere deelname aan de oefening aanleiding geven.

8.2     SCHORSING.

          Het bestuur kan een lid schorsen.

          Redenen voor schorsing kunnen zijn:

  • niet aan de financiële verplichtingen tegenover de vereniging voldoen;
  • handelen in strijd met de statuten;
  • handelen in strijd met de reglementen of besluiten van de vereniging;
  • zich schuldig maken aan handelingen die strijdig zijn met de belangen van de vereniging.

          Schorsing kan geschieden voor bepaalde of onbepaalde tijd.

          Een schorsing voor onbepaalde tijd dient binnen een maand te leiden tot een voordracht tot royement aan de algemene vergadering. Indien binnen deze termijn geen voordracht heeft plaats gevonden wordt de schorsing opgeheven.

          Een geschorst lid kan binnen één maand na ontvangst van het besluit van het bestuur, conform het gestelde in artikel 11 van de statuten, beroep aantekenen bij de algemene vergadering.

8.3     ROYEMENT.

          Een lid kan geroyeerd worden door het bestuur of Algemene Vergadering met tweederde meerderheid van stemmen.

          Redenen voor royement kunnen zijn:

  • wangedrag, stoffelijke of geestelijke benadeling van de belangen van de vereniging O.Z.C.
  • contributieschuld of andere schuld aan de vereniging O.Z.C., meer dan 6 maanden contributie bedragend.
  • royement door of vanwege een lichaam, bedoeld in artikel 11 der statuten;
  • schorsing van onbepaalde tijd.

Bestuur.

Artikel 9.

9.1     DAGELIJKS BESTUUR.

          Voorzitter, secretaris en penningmeester hebben de dagelijkse leiding van de vereniging. Zij handelen onder de naam “dagelijks bestuur”. Het dagelijks bestuur behandelt die zaken, die geen uitstel gedogen, evenals die welke het wordt opgedragen.
Op de eerst volgende bestuursvergadering worden de genomen besluiten en verrichten handelingen ter tafel gebracht, ter bekrachtiging van het bestuur.

9.2     VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN BESTUUR.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de taken zoals die zijn beschreven in de portefeuilles. Zij zijn bevoegd, rekening houdend met de wet en de statuten, die maatregelen te treffen die in het belang van de vereniging zijn. De portefeuilles zijn:

          Niet opgesomde taken worden in onderling overleg aan een portefeuillehouder toegewezen.
Bestuursleden kunnen een deel van de werkzaamheden aan commissies en / of individuen overdragen. Het laten uitvoeren van werkzaamheden door individuele leden behoeft goedkeuring van het bestuur.

9.3     INHOUD EN VERDELING VAN DE PORTEFEUILLES.

9.3.a. VOORZITTER:

          De voorzitter is de eerste vertegenwoordiger van de vereniging en heeft als zodanig de algehele leiding der vereniging.
De voorzitter beheert de portefeuille algehele leiding en representatie.
In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          Hij is gerechtigd de vergaderingen van alle commissies bij te wonen, echter met uitzondering van die van de kascontrole commissie.

9.3.b. VICE VOORZITTER

          Als een vice – voorzitter wordt benoemd is de taakverdeling een punt van overleg tussen de voorzitter en de vice – voorzitter.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door de vice – voorzitter of anders door het bestuurslid met de meeste bestuursjaren.

9.3.c. SECRETARIS

          De secretaris beheert de portefeuille secretariaat.

          In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          De secretaris tekent alle uitgaande stukken van het bestuur en bewaart alle geschriften daartoe behorende. De in- en uitgaande correspondentie dient hij op de eerstvolgende bestuursvergadering voor te leggen.

9.3.d. PENNINGMEESTER.

          De penningmeester beheert portefeuille financiën. In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          De penningmeester kan zich bij het uitvoeren van de taak – inkomsten administratie – laten assisteren door een individueel lid van de vereniging.

          De penningmeester laat zich bij het uitvoeren van de taken PR & sponsoring assisteren door een commissie. De penningmeester laat zich voor het verzorgen van de redactie van de website en het verenigingsblad assisteren door een commissie

          Bij het doen van betalingen boven de € 10.000,00 het opstellen van de begroting en bij voorstellen tot contributie vaststelling, laat hij een advies opstellen door de financiële commissie.

          Aan ieder lid van het bestuur en van de kascontrole commissie dient hij alle gewenste inlichtingen te verschaffen betreffende de financiële positie van de vereniging en inzage van zijn boeken te verlenen, indien dit verlangt wordt.

9.3.e. BESTUURSLID TECHNISCHE ZAKEN.

          Het bestuurslid Technische Zaken beheert portefeuille Technische Zaken. In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          Het bestuurslid technische zaken laat zich, bij het uitvoeren van wedstrijdsecretariaat, assisteren door één of meerdere individuele leden van de vereniging.

          Het bestuurslid technische zaken laat zich bij het uitvoeren van taken assisteren door één of meerdere commissies.

9.3.f. BESTUURSLID ALGEMENE ZAKEN.

          Het bestuurslid algemene zaken beheert portefeuille algemene zaken. In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          Het bestuurslid algemene zaken laat zich bij het uitvoeren van taken assisteren door één of meerdere commissies of coordinatoren.

9.3.g. BESTUURSLID JEUGDZAKEN.

          Het bestuurslid jeugdzaken beheert portefeuille jeugdzaken.

          In deze portefeuille zijn onder meer de volgende taken ondergebracht:

          Het bestuurslid jeugdzaken laat zich, bij het uitvoeren van taken, assisteren door één of meerdere commissies.

9.4.    BESLUITVORMING BINNEN HET BESTUUR

9.4.a. Bestuursvergaderingen hebben plaats op verzoek van de voorzitter of minstens drie der overige bestuursleden.
Aan de bestuursleden moet minimaal 2 dagen tevoren kennis gegeven worden van de te houden vergaderingen.
Bestuursbesluiten worden genomen met een gewone meerderheid van stemmen. Bij staking der stemmen over zaken beslist de voorzitter, over personen het lot, tenzij de statuten ander bepalen.

9.4.b. Het bestuur heeft de bevoegdheid bepalingen vast te stellen, betrekking hebbende op de algemene gang van zaken. De bestuursbesluiten treden in werking op de dag van afkondiging. De bestuursbesluiten mogen niet in strijd zijn met de wetgeving, statuten c.q. het huishoudelijk reglement en kunnen nimmer terugwerkende kracht hebben.

9.4.c. Wanneer de voorzitter, secretaris of penningmeester dan wel de meerderheid van het bestuur tussentijds aftreedt, moet het bestuur binnen een maand een Algemene Vergadering bijeenroepen om in deze vacature te voorzien.

9.4.d. De leden van het bestuur treden bij toerbeurt af en wel als volgt:

9.4.e. Overeenkomstig artikel 34 lid 2 van de statuten dient de kandidaatstelling uiterlijk één dag voor de Algemene Vergadering bij het bestuur te worden ingediend.

Commissies

Artikel 10.

10.1     INSTELLEN COMMISSIES.

            De Algemene Vergadering en / of het bestuur kunnen commissies instellen. De taak van deze commissies wordt geregeld door de instellers van die commissies.

            De Algemene Vergadering kan een commissie ad hoc benoemen met een speciale taak, welke buiten de normale bestuurswerkzaamheden valt.

            Indien de taak tot de normale bestuurswerkzaamheden behoort, is de goedkeuring van het bestuur vereist.

            Een dergelijke commissie ad hoc brengt rapport uit aan de Algemene Vergadering en wordt na de vervulling van haar taak geacht ontbonden te zijn.

10.2.    KASCONTROLE COMMISSIE.

            Indien de volgens artikel 27 van de statuten gekozen kascontrole commissie de administratie van de penningmeester of de gelden van niet in orde bevindt, doet zij hier mededeling van aan het bestuur. Het bestuur is verplicht binnen drie weken na het binnenkomen van deze mededeling een Algemene Vergadering bij een te roepen.

            De commissie voert ten minste twee maal per jaar een controle uit.

10.3.    BENOEMEN EN INRICHTEN COMMISSIES.

10.3.a. Het bestuur benoemt, met uitzondering van de in artikel 27 van de statuten genoemde kascontrolecommissie, de leden van de commissies. Waar nodig benoemt het bestuur een voorzitter of coördinator.

10.3.b. In onderling overleg wordt door elke commissie een secretaris benoemd.

10.3.c. In onderling overleg wordt zonodig door elke commissie een penningmeester benoemd.
De penningmeester van de commissie is voor zijn beheer van de financiën verantwoording schuldig aan het bestuur.

10.3.d. De secretaris van een commissie is belast met de briefwisseling van de commissie, het verzorgen van de notulen en het uitbrengen van de verslagen.

10.3.e. De secretaris van een commissie zendt een afschrift van de brieven en de notulen aan de secretaris van het bestuur.

10.3.f. De kascontrole commissie brengt verslag uit overeenkomstig artikel 27 van de statuten.

10.4.    LEDEN COMMISSIES.

10.4.a. Leden van een commissie kunnen slechts zijn: gewone leden, leden van verdienste en ere – leden, evenals Kombifit leden en donateurs, mits allen ouder zijn dan 15 jaar.

10.4.b. Leden voor een commissie, welke door de Algemene Vergadering wordt ingesteld, kunnen door elk lid worden voorgedragen.

10.5.    ONTBINDING VAN COMMISSIES

10.5.a. De leden van een commissie van blijvende aard, treden jaarlijks af en kunnen terstond worden herbenoemd.

10.5.b. Een commissie van tijdelijke aard is ontbonden, wanneer haar taak is beëindigd.

10.5.c. Treedt tussentijds een lid van een commissie af, dan kan de insteller voorzien in de opengevallen plaats.

10.5.d. Een commissie kan te allen tijde worden ontbonden door de insteller, met inachtneming van de statuten.

Geldmiddelen.

Artikel 11.

De middelen welke dienen om het doel van de vereniging trachten te bereiken is omschreven in artikel 16 der statuten.

Eigendommen.

Artikel 12.

12.1.  De vereniging of het bestuur is in genen dele aansprakelijk voor vervreemding of het wegraken van eigendommen van leden.

12.2.  Door het beëindigen van het lidmaatschap doet men afstand van alle rechten op gelden of eigendom van de vereniging.

12.3.  Alle prijzen door teams of leden der vereniging als zodanig behaalt, worden eigendom van de vereniging, tenzij het bestuur anders bepaalp.

12.4.  De in bruikleen gegeven shirts blijven eigendom van de vereniging.

Vaststelling en betaling contributie en donatie.

Artikel 13.

13.1.  De contributie en donatie worden op voorstel van het bestuur, door de Algemene Vergadering vastgesteld en aan de leden bekend gemaakt.

13.2.  De contributie en donatie moeten bij vooruit betaling worden voldaan op een door het bestuur aan te geven wijze.

13.3.  Het in gebreke blijven van het in lid 2 genoemde kan leiden tot het opleggen van sancties.

Aanvoerders

Artikel 14

14.1.  VERKIEZING AANVOERDER.

          Elk team kiest bij de aanvang van het seizoen een aanvoerder, is deze niet aanwezig dan kiest het team voor de te spelen wedstrijd een aanvoerder, overeenkomstig het verlangen van de meerderheid der spelers.

14.2.  TAAK AANVOERDER.

          Tijdens de wedstrijden zijn de spelers gehoorzaamheid verschuldigd aan de aanvoerder. Hij is gerechtigd spelers wegens wangedrag of ongehoorzaamheid aan zijn bevelen uit het veld te zenden.

          Voor zijn handelingen is de aanvoerder verantwoording schuldig aan het bestuur. Alleen het bestuur kan beslissen betreffende schorsingen.

          De aanvoerder is verantwoordelijk voor het wedstrijdformulier en de tijdige bezorging op het daarvoor aangewezen adres.
De aanvoerder is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de, bij aanvang van het seizoen, aan het team in bruikleen gegeven shirts.

Algemene Vergadering

Artikel 15

15.1.  VASTSTELLING ALGEMENE VERGADERING.

          Het bestuur bepaalt de plaats, datum en uur der Algemene Vergadering en stelt de agenda vast conform artikel 29 lid 4 van de statuten.

15.2.  AFBREKING VAN DE ALGEMENE VERGADERING.

          Indien de agenda van een Algemene Vergadering niet kan worden afgewerkt, moet deze vergadering binnen de twee volgende weken worden voortgezet op een door het bestuur te bepalen plaats, datum en uur.

15.3.  REGELS DIE GELDEN TIJDENS DE ALGEMENE VERGADERING.

          Van de aanwezige stemgerechtigde leden in iedere Algemene Vergadering wordt een presentielijst bijgehouden.

          De voorzitter of zijn plaatsvervanger is belast met de leiding der vergaderingen het handhaven van de orde. Niemand mag het woord voeren dan na dit aan de voorzitter verzocht en van hem verkregen te hebben. Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt of onparlementaire taal gebruikt, brengt de voorzitter hem dit onder het oog en roept hem tot de orde.

          Gaat de spreker hier mede voort dan kan de voorzitter hem het woord ontnemen. Leden welke zich in de vergadering wanordelijk gedragen worden door de voorzitter tot de orde geroepen en, indien zij hieraan geen gehoor geven, uit de vergadering verwijderd.

15.4.  VOORSTELLEN, MOTIES EN AMENDEMENTEN.

          Voorstellen en interpellaties moeten door de stemgerechtigde leden minstens zeven dagen voor de datum van de Algemene Vergadering schriftelijk bij het bestuur ingediend te worden. Een staande de vergadering door een stemgerechtigd lid ingediend voorstel of motie kan slechts in behandeling worden genomen indien het een aan de orde zijnde kwestie betreft. Een door een stemgerechtigd lid ingediend amendement op een aan de orde zijnd voorstel, dat niet met het beginsel van het voorstel in strijd is, kan in behandeling worden genomen.

15.5.  REGELS BIJ DE DEBATTEN.

          Indien de voorzitter oordeelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, sluit hij de debatten tenzij bij stemming blijkt dat de meerderheid der aanwezige stemgerechtigde leden zich hiertegen verzet. Nadat de debatten over een voorstel of motie zijn verklaard, wordt tot stemming overgegaan tenzij de vergadering zonder hoofdelijke stemming het voorstel of motie aanvaardt of verwerpt.

15.6.  STEMMING.

          Over de voorstellen hetzelfde onderwerp betreffende wordt naar volgorde van indiening gestemd, tenzij de voorzitter van mening is dat een later ingediend voorstel van verdere strekking is dan een vorig, in welk geval dat eerst in stemming komt.

          Amendementen op een voorstel ingediend komen vóór het voorstel instemming, waarbij het meest verstrekkende voorrang heeft.

15.7.  STEMBUREAU.

          De voorzitter benoemt voor de duur van iedere Algemene Vergadering een stembureau, bestaande uit drie stemgerechtigde leden.

          Kandidaten voor een functie kunnen bij de betreffende stemming geen lid van het stembureau zijn.

15.8.  BESLUITVORMING.

          Benoemingen geschieden en besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, met uitzondering van de gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement anders voorschrijven.

          Onder volstrekte meerderheid is te verstaan de helft van het aantal uitgebrachte stemmen plus één.

          Is voor een functie slechts één kandidaat verkiesbaar dan is deze zonder stemming gekozen.

15.9.  HERSTEMMINGEN.

          In iedere vacature wordt afzonderlijk voorzien. Indien niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt een herstemming gehouden (zie statuten artikel 33 lid 8).

          Komen door het behalen van een gelijk aantal stemmen meer dan twee personen hiervoor in aanmerking, dan nemen die alleen aan der herstemming deel.

          Indien iemand niet in herstemming wil komen, dan word bij een dubbeltal dit aangevuld door de opvolgende in aantal stemmen.

          Indien de gekozene voor een benoeming bedankt, vindt er wederom een stemming plaats.

Statuten en Huishoudelijk Reglement.

Artikel 16.

16.1.  ALGEMEEN.

          Alleen al door zijn toetreden, verklaart ieder lid bekend te zijn en zich te onderwerpen aan de bepalingen van de statuten en van het huishoudelijk reglement. Elk lid kan bij aanvraag een exemplaar van bovengenoemde statuten / huishoudelijk reglement verkrijgen bij het bestuur.

16.2.  WIJZIGINGEN VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

          Besluiten tot het wijzigen van het huishoudelijk reglement, kunnen slechts worden genomen op een Algemene Vergadering, zoals omschreven in artikel 38 van de statuten.

16.3.  DISPENSATIE VAN BEPALINGEN HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

          De Algemene Vergadering kan met ten minste tweederde der uitgebrachte geldige stemmen dispensatie verlenen van de bepalingen van het huishoudelijk reglement, mits niet in strijd komende met de statuten of de bestaande reglementen van het K.N.K.V.

16.4.  DATUM IN WERKING TREDING WIJZIGINGEN IN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

          De wijzigingen in het huishoudelijk reglement treden in werking op de datum die bij de aanneming door de bevoegde Algemene Vergadering is vastgesteld.

16.5.  DATUM INWERKING TREDING HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

          Dit huishoudelijk reglement treedt in werking op de datum die bij de aanneming door de bevoegde Algemene Vergadering is vastgesteld.

Slotbepaling

Artikel 17.

17.1.  Elk lid heeft de morele verplichting mee te helpen in het doen functioneren van het verenigingswerk.

17.2.  In alle gevallen waar “hij” staat kan men ook “zij” lezen.

17.3.  Bij alle verschillen van opvatting van de in dit reglement genoemde artikelen en in zaken, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur, met inachtneming van de statuten.

Bijlage I Gedragsregels OZC

GEDRAGSREGELS VOOR SPORTBEOEFENAARS:

  1. Bevorder de vriendschap in wedstrijden, trainingen en in elke sportontmoeting.
  2. Probeer te winnen met respect voor jezelf, je teamgenoten en je tegenstanders.
  3. Speel volgens de afgesproken spelregels.
  4. Aanvaard de beslissingen van de scheidsrechter.
  5. Beïnvloed de scheidsrechter niet door onbehoorlijke taal of agressieve gebaren en woorden.
  6. Onsportiviteit van de tegenstander is nooit een reden om zelf onsportief te zijn of de club aan te moedigen ook onsportief te spelen of op te treden.
  7. Wijs je medespelers gerust op onsportief of onplezierig gedrag.

GEDRAGREGELS VOOR TRAINERS/COACHES:

  1. De trainers coach houdt zich aan de Etische Gedrags Code (ETG) De code telt vier paragrafen

1) Respect, 2) Integriteit, 3) Verantwoordelijkheid, 4) Professionaliteit (Zie bijlage II)

  • Leer uw spelers dat de spelregels afspraken zijn waar niemand zich aan mag onttrekken.
  • Ontwikkel teamrespect voor de vaardigheid van de tegenstander en voor de beslissingen van de scheidsrechter en voor de trainer van de tegenstander.
  • Schreeuw niet en maak spelers nooit belachelijk als zij fouten maken of een wedstrijd verliezen.
  • Aanvaard de beslissingen van de scheidsrechter. Beïnvloed de scheidsrechter niet door onbehoorlijke taal of agressieve gebaren en woorden.
  • Kom met een ploeg uit die samengesteld is volgens de regels, daarbij hoort spelen in gelijke leeftijdsgroepen (controleren van elkaars gekleurde spelerskaarten is daarbij een goed middel).
  • Conformeer je aan de spelregels zoals die binnen de vereniging gelden

GEDRAGSREGELS VOOR SCHEIDSRECHTERS:

  1. Geef daar waar het verdiend is beide teams een compliment voor hun sportieve spel.
  2. Wees beslist, objectief en beleefd bij het constateren van fouten.
  3. Beoordeel opzettelijk, goed getimed ‘foul play’ als onsportief, waardoor het respect voor            eerlijk spel handhaaft.
  4. Fluit altijd neutraal, en laat je niet beïnvloeden door gedrag van uit of thuisspelende sporters/bestuursleden of toeschouwers. Probeer “de druk van thuisfluiten” om te zetten in neutraal fluiten.
  5. Meld incidenten altijd aan de TC en het Bestuur, ook misdragingen van eigen leden.

GEDRAGSREGELS VOOR BESTUURDERS/COMMISSIE LEDEN:

  1. Distribueer een gedragscode m.b.t. sportiviteit onder de toeschouwers, trainers, spelers en ouders en spreek hen er op aan wanneer zij die code niet naleven.
  2. Zorg ervoor dat ouders, trainers, spelers, trainers zich bewust zijn van hun invloed en verantwoordelijkheid m.b.t. fair play / gedragsregels.
  3. Geef voorbeeld gedrag.

ALGEMEEN:

  1. Alle (kader) leden van OZC en anderen die “iets” voor OZC doen worden geacht zich te allen tijde fatsoenlijk te gedragen en anderen met respect te behandelen.
  2. Iemand die “te ver” is gegaan naar het oordeel van het bestuur zal door het bestuur       aangesproken worden waarbij sancties uiteen kunnen lopen van een melding/dringend verzoek om herhaling te voorkomen tot               het royeren als lid.
  3. Kaderleden dienen extra attent te zijn op hun voorbeeld rol en zich ook als zodanig te gedragen.
  4. Kaderleden dienen zich te conformeren aan het vereningsbeleid, zowel op technisch vlak als      op alle andere richtlijnen. Zij bewaken de richtlijnen in het belang van OZC. Zo neen, dan zal         het kaderlid ontheven moeten worden van zijn bijdrage aan OZC.
  5. Ieder (kader) lid is gehouden ernstige voorvallen te melden bij het bestuur.
  6. Het bestuur zal regelmatig de spelregels onder de aandacht brengen bij de leden dan/wel ze bekend maken met borden langs het veld of in het clubhuis.

Bijlage II Ethische Gedrags Code OZC

Introductie

Het doel van de Ethische Gedrags Code (EGC) is de intregiteit van de coach/trainer onder woorden te brengen en deze omschrijving als leidraad te laten dienen voor het functioneren van coaches/trainers binnen OZC.

De EGC biedt coaches/trainers ruim voldoende uitgangspunten en richtlijnen om verantwoord te kunnen handelen in vrijwel alle situaties waarin zij tijdens de uitoefening van hun functie terecht kunnen komen, met als belangrijkste doel: het bevorderen van welzijn en veiligheid van de individuen en groepen waarmee zij werken. De EGC biedt coaches/trainers daarmee een solide basis van normen en waarden waarop zij tijdens de uitoefening van hun functie kunnen bouwen.

Definities

–              Coach, iemand die coacht;

–              Coachee, iemand die gecoacht wordt.

–              Coachen, het strategisch en tactisch aanwenden van voornamelijk physieke, commencatieve- en tactische vaardigheden en                 technieken, teneinde een individu of groep op eigen kracht bepaalde doelen te   laten bereiken.

N.B. In de tekst wordt, daar waar het woord ‘hij’ wordt gebruikt, zowel hij als zij bedoeld.

Uitgangspunten OZC

Iedere jeugd coach/trainer boven de 18+  welke nieuw wordt aangesteld door OZC, is vrijwillig bereid tot het overhandigen van een verklaring over goed gedrag. Deze verklaring (VOG) verlangd OZC wanneer de volgende functies worden uitgevoerd. De kosten voor deze VOG zal door OZC worden vergoed.

  • Jeugdtrainer
  • Jeugd coach
  • Jeugd begeleider
  • Verzorger van een jeugdteam

Een VOG is een verklaring van het ministerie van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat het gedrag uit het verleden van iemand geen bezwaar oplevert voor het gevraagde doel, bijvoorbeeld training geven of een team leiden bij een sportvereniging.  Waarom vraagt OZC deze VOG?.

Helaas komt het voor dat mensen in de sport misbruik maken van hun positie. Jaarlijks komen er meerdere gevallen van seksuele intimidatie binnen de sport aan het licht. Steeds meer sportverenigingen vragen daarom een VOG van hun vrijwilligers en betaalde krachten, die voor hun functie werken met minderjarigen. Het verzoeken tot overhandiging van een VOG geeft meer zekerheid over het verleden van mensen en vermindert de kans dat iemand, die eerder in de fout is gegaan met kinderen, een daaraan gerelateerde functie binnen de sportvereniging kan uitoefenen. De VOG is dus een maatregel die de kans op seksuele intimidatie verkleint. Wanneer u wordt gevraagd om een VOG te overhandigen, dan is dit een teken dat wij de veiligheid van onze leden serieus nemen.

Iedere coach/trainer die aangesteld wordt door OZC, heeft verklaard zich vrijwillig en volledig te houden aan de EGC die op de volgende pagina’s wordt weergegeven. De EGC telt vier paragrafen:

1. Respect

2. Integriteit

3. Verantwoordelijkheid

4. Professionaliteit

§ 1 Respect

Respect duidt op het erkennen en eerbiedigen van waarden in het algemeen en iemands persoonlijke

en menselijke waardigheid in het bijzonder. Een coach brengt dit tot uitdrukking door onderstaande

gedragsregels na te leven:

1.1          Hij benadert en behandelt ieder mens als gelijkwaardig. Hij trekt niemand voor, noch stelt hij

                iemand achter. Hij discrimineert niet op leeftijd, geslacht, ras, huidskleur, afkomst, sociale status,

                politieke overtuiging, burgerlijke staat, levensovertuiging of welke andere distinctie ook.

1.2          Hij erkent ieders recht om in vrijheid keuzen te maken, zich te ontwikkelen, en de eigen levensloop

                te bepalen.

1.3          Hij laat zijn coachee de ruimte om eigen beslissingen te nemen en veranderingen in eerder

                genomen beslissingen aan te brengen, rekening houdend met eigen normen, waarden, prioriteiten en

                levensovertuiging.

1.4          Hij komt op voor de belangen van de coachee, maar houdt ook rekening met de belangen van

                anderen, in de breedste zin des woord, en werkt niet mee aan zaken die schade kunnen berokkenen

                aan individuen, groepen, organisaties, de maatschappij, of andere zaken die respect verdienen.

1.5          Hij houdt rekening met het ontwikkelingsniveau, de mogelijkheden en behoeften van de coachee

                (fysiek, emotioneel, intellectueel, sociaal en spiritueel), doet daar nimmer neerbuigend, onverschillig of

                juist bewonderend over.

1.6          Hij erkent dat hij bijzondere verantwoordelijkheid draagt betreffende het opkomen voor de rechten en

                menselijke waardigheid van een coachee die zich in en kwetsbare of afhankelijke positie bevindt

                zonder voor zichzelf op te kunnen komen.

1.7          Een coach gaat niet alleen respectvol om met mensen – in het bijzonder de coachee – maar ook

                met hun gedachtegoed, hun bezittingen en hun leefomgeving. De coach is daarin een rolmodel voor

                de coachee

§ 2 Integriteit

Een coach moet niet alleen in staat zijn om in korte tijd een vertrouwensrelatie op te bouwen met een

coachee, hij moet deze vertrouwensrelatie ook in stand houden. Dat lukt alleen zolang de coachee

weet en aanvoelt dat de coach integer is. Maar niet alleen daarom is integriteit één van de

belangrijkste competenties die een coach moet bezitten. Een coach toont aan integer te zijn door zowel tijdens als buiten het uitvoeren van zijn functie, de volgende gedragsregels na te leven:

2.1          Hij is eerlijk, betrouwbaar en oprecht. Hij zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.

2.2          Hij laat zich niet in met praktijken die de wet overschrijden of algemeen aanvaarde regels van

                fatsoen te buiten gaan

2.3          Hij gaat zorgvuldig en vertrouwelijk om met alle informatie over de coachee die hij direct, indirect

                of door enige andere bron heeft ontvangen. Deze informatie dient vertrouwelijkl binnen de Technische      Commissie ter beoordeling neergelegd te worden

 2.4         Hij maakt geen misbruik van situaties, omstandigheden of kennis waarin de coachee afhankelijk

                van hem is, noch om zichzelf of andere relaties te bevoordelen, noch om de coachee of relaties van

                de coachee te benadelen.

§ 3 Verantwoordelijkheid

Een trainer/coach neemt door het aangaan van een coachingsrelatie verplichtingen op die niet alleen

een zwaar beroep doen op zijn verantwoordelijkheidsgevoel, maar die ook gevolgen hebben op de

maatschappij in het algemeen en alle betrokkenen. Dat hij op verantwoorde wijze coacht, bewijst een coach door zich aan volgende gedragsregels te houden:

3.1          Hij onderkent de macht die inherent is aan zijn positie en beseft dat hij zowel bewust (door het

                geven van directieven) als onbewust (als rolmodel) grote invloed uit kan oefenen op de coachee en

                mogelijk ook op derden. Daarom is hij bedachtzaam in zijn handelen en voorzichtig met het doen van

                uitspraken.

3.2          Hij bevordert het welzijn van de gemeenschap in het algemeen en van deelnemers in het coachingsproces in het bijzonder, en veroorzaakt géén schade.

3.3          Hij kent zowel de beperkingen van zijn beroep als de grenzen van zijn persoonlijke competenties

                en zorgt ervoor dat hij geen van beide overschrijdt.

3.4          Hij is zich bewust van zijn persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in de invloed daarvan op de

                uitoefening van zijn beroep als coach.

3.5          Hij aanvaardt waar nodig samenwerking met andere coaches en professionals, bijvoorbeeld indien

                in teamverband gewerkt moet worden.

3.6          Hij houdt altijd de ontwikkeling en het belang van de gehele persoon van de coachee in

                gedachten, en zal niets ondernemen dat een onevenwichtige of disharmonische ontwikkeling ten

                gevolge kan hebben.

3.7          Hij maakt de bevrediging van eigen emotionele- en of andere behoeften niet afhankelijk van de

                relatie met een coachee.

3.8          Hij gaat gedurende een coachingsrelatie geen seksuele of andere intieme relatie met een coachee

                aan.

§ 4 Professionaliteit

Trainers/Coaches hebben, zoals het woord al zegt, een voorbeeldfunctie binnen OZC. Een Trainer/Coach die te werk gaat, doet dat onder meer door zich aan onderstaande gedragsregels te houden:

4.1          Hij streeft ernaar het beste uit beide naar boven te halen. Hijis in dat opzicht een duidelijk rolmodel voor de coachee.

4.2          Hij neemt zichzelf regelmatig onder de loep, doet aan zelfreflectie en past zelfanalyse toe om na

                te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf als mens én als coach zal ontwikkelen, om optimaal te

                kunnen blijven functioneren.

4.3          Hij houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen, staat open voor nieuwe inzichten en onderzoekt

                nieuwe methoden op gebied van coaching, onder meer door lezen van (vak)literatuur, het volgen van         Clinics of cursussen en/of het gebruik maken van mogelijkheden van supervisie.

4.4          Hij maakt onderscheid tussen een coachingsrelatie en andere relatievormen, zoals een

                vriendschapsrelatie en een zakenrelatie en staat niet toe dat er belangenverstrengeling optreedt. Bij

                dreigende vermenging van relaties zal hij óf de coachingsrelatie beëindigen, dan wel de andere relatie

                opschorten.

4.5          Hij is collegiaal richting andere coaches, en is bereid mee te werken aan voortgaande verbetrering              van de functie en het optimaliseren van de kwaliteit binnen de vereniging.